Луи-Поль Боон цитаты

Луи-Поль Боон фото

1   0

Луи-Поль Боон

Дата рождения: 15. Март 1912
Дата смерти: 10. Май 1979

Луи-Поль Боон — бельгийский писатель и журналист. Лауреат национальных и международных литературных премий. Писал на нидерландском языке.


„Единственная книга, которая меня интересует, — это «Учебник психиатрии» Бумке. На мой взгляд, в ней есть всё, что надо знать о человеке. Говорят: читайте Библию, вот книга книг. Но кто способен понять Библию, если он не прочтёт сначала Бумке?“ «Платная библиотека», 1949

„Ge kunt soms gedachten hebben die niet te dragen zijn tusschen vier muurkens. Die zoo geweldig groot zijn dat ge aan uw deurken moet, of anders zou uw kop openklakken.“ Abel Gholaerts


„Ik lach er mee, maar ik vraag mij af waarom de mensen niet gebleven zijn lijk de andere dieren, waarom wij en wij alleen moesten gekruisigd worden met die hel van het verstand dat alles wil ontleden en begrijpen, en dat ons niets bijbrengt dan vloeken en tranen. Hebt ge dat ooit van een beest geweten? Ze eten en slapen, ze drinken, paren en gaan dood, en ze zijn gelukkig. Wij niet, wij hebben het verstand dat ons doet vragen: waarom? En datzelfde verstand dat ons zegt: er is geen waarom, en als er toch een waarom moest zijn dan is er geen antwoord op.“ De voorstad groeit

„Een James Bond-boek is stom maar opwindend, terwijl een meesterwerk van de Vlaamse literatuur even stom maar daarbij ook nog vervelend is.“

„Een idee is een soort gas: ze hangt in de lucht en elkeen snuift er wat van op.“

„sterven is het openen van een andere deur, een onbekende en nog nimmer betreden kamer van een vreemd huis“ Zomerdagdroom: Erotisch poetisch proza

„Waarom moet ieder mens geschokt en geslingerd worden tussen een wereld hier, een wereld van zavel en cement, bloed, zenuwen, telefoonpalen en zonde, mensen die geboren worden en mensen die sterven, en een andere wereld die in onze gedachten spookt zonder te weten of zoiets bestaat, bestaan heeft of ooit zal komen?“ De voorstad groeit

„Om het even welke kleur bevalt me, als ze maar rood is.“


„Het was een vergissing vanwege de juf, te denken dat alleen de dingen die in de boeken staan interessant zijn. Ook deze, die er nog niet in staan, zijn merkwaardig.“

„Om te worden opgemerkt, om over u te horen spreken, moet ge iets maken waarmee zich elk moment de zedenpolitie kan bemoeien. En daar de zedenpolitie zich makkelijk met iets moeit - ge moet maar uw tante of uw schoonmoeder klacht laten neerleggen en het is al van dat - hebt ge het niet zo lastig een roman te schrijven die aangeslagen wordt, een toneelstuk te laten opvoeren dat verboden wordt of een expositie in te richten waar uw schilderijen aangeslagen worden. En dan zijt ge meteen de held, de grote onbegrepen, miskende artiest.“

„Slapen kan ze niet, ze ligt weer naar het plafond te zien, en te luisteren naar den wekker die belachelijk de duisternis in uren tracht te snijden.“

„Als ik in dit boek altijd 'ik' zegde dan was dat zoomaar een manier van voorstellen, dat 'ik' beteekende veel meer gij - gij arme kleine vertrapte gehoonde bespuwde en met beloften gepaaide kleine man die niet den moed had of te dom waart om recht te staan en kus mijn klooten te schreeuwen in de paleizen waar men een met goud en brokaat omhangen god aanbidt en op de knieen ligt voor generalen en hoeren en koningen en ministers van state die veel dekoraties rond hun pens moeten hangen om de aandacht weg te wenden van hun lege hoofden, en voor die dichters en schilders en dokters en professoren en romanschrijvers die al deze hoeren en ministers van state gevleid hebben en gezegd: lees mijn boeken zie er is geen onrecht of geen armoede (...)“ Mijn kleine oorlog


„De kunstenaar is een arbeider lijk gij en ik. Hij maakt schoonheid, en hij wordt daar meestal niet voor betaald. De kunstenaar leeft en sterft met de arbeider mee. Al waar de arbeider naar verlangt, tracht de kunstenaar nu reeds gestalte te geven. Zo is de schrijver niet een dwaas die van sterren en maneschijn zingt, maar een ziener, een profeet over hoe het zou kunnen zijn. Dat is zijn plicht, zoals het de plicht van de arbeider is om de kunstenaar tegemoet te komen.“

„ge schrijft uw “kleine oorlog”

ge zoudt liever een ander boek schrijven - groot schoon woelig juist - ge zoudt het dan noemen “dit zijn de vloeken en gebeden van den kleinen man tegenover den grooten oorlog, dit zijn zangen, dit is DE BIJBEL VAN DEN OORLOG” - op een anderen dag wenscht ge echter niets liever dan uw pen stuk te stampen op het vlak van uw schrijftafel - het is zeer plezierig zooiets, maar gij zijt verplicht u den dag daarna een nieuwe pen te koopen - want schrijven doet ge toch, het is een natuurlijke behoefte - de eene mensch vloekt zich dood, de andere loopt zijn kop op de muren stuk

Gij schrijft uw Kleine Oorlog“

„Wie is nu dichter en wie niet? Gij en ik kunnen het zijn, zonder het misschien zelf te weten! In u kan een verlangen zijn, een vreemde stuwkracht die u naar de pen doet grijpen om neer te schrijven wat ge gezien, gehoord en zeer diep gevoeld hebt. Het moet niet altijd in rijm zijn om kunst te zijn.“

„Wat is er aanlokkender, geheimzinniger, duivelser dan een verboden boek?“

Подобные авторы